De schandpaal van de moderne tijd

Sociale media zijn een handig iets. Tegenwoordig word je dan ook als een compleet van de wereld vervreemde nitwit bekeken als je geen Facebook, Twitter, Instagram of iets dergelijks hebt. Het liefst nog alles, dan ben je volledig mee met de moderne tijd en maak je ook kans op veel vrienden, volgers of stalkers in het ergste geval. Een tegenstander kan je mij bezwaarlijk noemen van die mogelijkheden. Ik plaats geregeld zelf iets op Facebook, volg zowat elke half-interessante mens op Twitter en gebruik het om af en toe eens de Geert Hoste in mezelf naar boven te laten komen om een compleet onnozele en flauwe grap te tweeten.

Wat mij de laatste tijd wel stoort, en dat is al langer dan vandaag, is het fenomeen van het plaatsen van filmpjes waarin we mensen, meestal zonder hun toestemming of zelfs zonder hun medeweten, opvoeren die iets fout doen. Het begon al een tijdje geleden met de opkomst van de dashcams waarbij sommigen het blijkbaar leuk vonden om wegpiraten te filmen die net iets te roekeloos over ons wegdek scheuren. Nu ga je mij niet horen zeggen dat brokkenpiloten of mensen die anderen in gevaar brengen op de weg beschermd moeten worden maar enige nuance mag toch wel. Wat voor nut heeft het om iemand te kakken te zetten met zijn nummerplaat heel goed zichtbaar op de verscheidene sociale media? Juridisch heeft het, denk ik, geen enkele zin maar wat het volgens mij wel bevredigt is de wraakgevoelens van verbitterde mensen.

Begin deze week was het weer zover. Het begon met een chauffeur van De Lijn die een zwangere vrouw met een al dan niet geldig sms-ticket van zijn bus duwde. In deze tijden van smartphones kom je daar uiteraard niet meer mee weg. Ook hier wens ik zeker geen partij te kiezen voor de duidelijk onbeschofte chauffeur maar wat me het meest stoorde was de reactie van de andere passagiers op de bus. Is het dan zoveel belangrijker om alles te filmen met je gsm met in het achterhoofd het aantal likes je wel niet zal krijgen met zo’n filmpje? Ik zag niemand die rechtstond en de chauffeur erop aansprak dat hij een onbeschofte boer was. Veel effectiever nochtans, ik kan me voorstellen dat hij wel ging moeten inbinden als een ganse bus gewoon protesteert tegen wat hij doet. Helaas, filmpje maken, op Facebook plaatsen, dat is het enige waar we nu nog aan denken.

Hetzelfde verhaal in Brugge op het terras van een brasserie. Een klant vond het nodig om racistische praat uit te kramen tegen de allochtone uitbater omdat er een bijtje in zijn koffie was gevlogen en hij geen nieuwe gratis koffie kreeg. De man, duidelijk van het holbewonerstype, produceerde het ene foute cliché na het andere. Dat het allemaal profiteurs waren, dat wij dat eens zouden moeten proberen in het buitenland, dat die vreemde luizen altijd voorgetrokken worden in ons land,… Als kers op de taart vond hij het ook nog eens nodig om de arme uitbater prostaatkanker toe te wensen. Dit alles in een taaltje dat enkel voor de West-Vlaming verstaanbaar was. Het principe van “Eigen volk eerst maar ik heb zelf toch wat moeite met onze taal” De politie is er uiteindelijk zelfs bijgekomen om de man te verwijderen van het terras. Dat ik het hier allemaal zo gedetailleerd kan neerschrijven is ook het gevolg van een andere terrasganger die met zijn gsm alles filmde. Ook na een verwittiging van de agente dat hij moest stoppen met filmen. Het antwoord luidde nogal slapjes: “Ik ben op een openbare plaats, ik mag filmen hoe de politie optreedt.” Wat ik veel liever had gezien was een reactie van één van de omstaanders die de racistische man er gewoon op wees dat hij prietpraat aan het verkopen was. Niet één iemand reageerde, nee, ook hier was het weer de reflex om de smartphone boven te halen en het dan maar op internet te zwieren. Dat getuigt van een belachelijke lafheid die eigen is geworden aan de tijden van vandaag, vrees ik. We voelen ons nu eenmaal veel sterker achter onze computer of achter onze smartphone waar we redelijk anoniem mensen te kijk kunnen zetten voor de rest van de digitale wereld. Eigenlijk is het gewoon een voorbeeld van hoe de sociale media de mens alsmaar asocialer maakt. Dat zal er helaas niet meer op verbeteren, vrees ik.

En als je me nu wil excuseren, ik moet nog filmen hoe ik een emmer water over mijn kop giet want anders moet ik geld storten voor ALS, stel je voor zeg. Gelukkig ben ik veel klikjes verwachtend op dat filmpje, zo hou ik er tenminste nog wat aan over.

Koers is een volkssport maar het volk permitteert zich veel.

Hoogdag in Vlaanderen afgelopen weekend. De koers waar elke wielerminnende Vlaming van wakker ligt. In het buitenland wat minder, daar moeten we eerlijk in zijn. De Ronde van Vlaanderen. Alles leek redelijk gunstig te kunnen verlopen, een enkele bui niet meegerekend. De wind zorgde er zelfs voor dat het aangepaste parcours toch een iets hogere moeilijkheidsgraad kreeg.
Maar al die gunstige voortekenen waren slechts schijn. Valpartijen waren schering en inslag van start tot finish met als droeve uitschieter de botsing van Johan Vansummeren tegen een bejaarde dame die op een vluchtheuvel stond.
Vansummeren was begrijpelijkerwijs heel aangeslagen door het voorval aangezien het vrouwtje nog steeds in kritieke toestand verkeert. Toch konden bepaalde media het een dag later al niet laten om een advocaat aan het woord te laten die het had over de schuld van dit ongeval. Er vielen naar mijn mening iets te zware woorden zoals “onopzettelijke slagen en verwondingen”. Ik kan me inbeelden dat Vansummeren de dag na zo’n tuimelperte geen behoefte heeft aan deze toon van berichtgeving. Begrijp me niet verkeerd, er moet natuurlijk een onderzoek komen hoe zoiets kon vermeden worden maar dan misschien best op een wat serene manier.
De schuld bij de renners leggen, lijkt me toch wat al te makkelijk. Koers in België leeft immens en tijdens de Ronde van Vlaanderen komt zowat iedereen buiten om een glimp van het peloton op te vangen. Dat daar af en toe wat excentriekelingen bijzitten is ook algemeen geweten. De amateur-fotograaf die doodleuk in het midden van de weg gaat liggen voor een aanstormend peloton om toch maar een mooie foto te nemen is een extreem voorbeeld van wat er allemaal kan mislopen in de bovenkamer en toont ook tot welke risico’s sommigen bereid zijn om op één of andere manier op te vallen. Daar wil ik de dame van het voorval met Vansummeren zeker niet bij catalogeren maar het zou wel een teken aan de wand moeten zijn bij de organisatie van de Ronde. Het lijkt me toch heel eenvoudig om op plaatsen met vluchtheuvels en rotondes genoeg controleurs te zetten die erop toezien dat niemand zich daarop begeeft. Nadarhekken over het ganse parcours is onhaalbaar en zou ook wat de magie van de koers wegnemen maar op bepaalde punten moet er gewoon een verbod komen om zich in het midden van de weg te posteren.
Over de andere valpartijen valt er dan weer wat anders te zeggen. Daar hebben de wielrenners misschien wel wat meer schuld aan. Bepaalde renners klaagden al over een gebrek aan respect bij de jongere leeuwen. Een kwakje hier of een elleboogje daar, een jonge renner zit er blijkbaar niet meer mee in om gevestigde waarden in gevaar te brengen. Maar wat zeker ook niet mag onderschat worden is de opkomst van de pijnstillers in het peloton. Dopingkenners hadden het er al over dat Tramadol een ware pest geworden is in de wielrennerij. Het is natuurlijk geen prestatiebevorderend middel maar het zou zware inspanningen wat draaglijker maken met als negatieve gevolg dat ook de reflexen wat slomer worden. Dringend op de verboden lijst zetten dus.

Voor ik het nog zou vergeten, Fabian Cancellara won de rit in een spurt tegen drie Belgen. Twee Belgen die stilaan een patent nemen op ereplaatsen en een derde die onbegrijpelijk steeds wordt meegestuurd door Omega Pharma-Quick Step. Als je niet kan sprinten en ook niet een deftige punch in huis hebt om weg te rijden dan is het beter dat je gewoon bij je kopman blijft en daar je werk opknapt.

Column 14/1/2014

14-01-2014
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Reyers Laat over de oorlogsmisdadiger Sharon
Het beloofde een geanimeerd debat te worden toen ik de namen las van de gasten op 13 januari. Er ging namelijk een gesprek plaatsvinden over de dood van Sharon. Een controversieel figuur, dat is het minste wat je kan stellen. De redactie had Dyab Abou Jahjah uitgenodigd en aan de overzijde van de tafel zat de immer op mijn zenuwen werkende Mia Doornaert. Doorgaans heb ik de neiging om met voorwerpen naar mijn toestel te gooien als La Doornaert op tv verschijnt maar dit beloofde vuurwerk. Ik wist namelijk dat Jahjah geen echte fan was van de barones en dat zijn uitspraken op afkeer gingen kunnen rekenen van die met de bourgeoisie koketterende kakelkip.Ik besloot dus om mijn aversie voor Doornaert te temperen en het programma uit te zitten. De gastvrouw, Cools, begon met Jahjah erop te wijzen dat zijn uitspraken op zijn facebookpagina en twitteraccount niet echt mals waren voor de pas overleden Sharon. De slagzin “Burn in hell” was misschien niet subtiel te noemen maar enigszins begrijpelijk als je weet wat de Israëlische leider op zijn kerfstok heeft. Hij nuanceerde ook meteen zijn uitspraak door te stellen dat hij een agnost is en er waarschijnlijk niet zoiets als een hel bestaat. Ik hoorde de islamofoben al knarsetanden. Een Arabier die agnost is, wat gaan ze nog allemaal uitvinden om hen het leven zuur te maken?

De tijd was rijp om in te grijpen, vond Mia nadat ze al een hele tijd ergerlijk had zitten schudden met haar hoofd tijdens de openingszinnen van Jahjah. En meteen ging ze ook heel kort door de bocht. Ze slaagde erin om in haar eerste zinnen van haar betoog Sharon te vergelijken met Bart De Wever. Want, zo zei ze, het is oneerlijk om een Arabier een betoog te laten houden over een Joods leider. Dat zou hetzelfde zijn als na de de dood van De Wever een walingant (sic) aan het woord te laten over diens leven. Daar valt veel over te zeggen. Om te beginnen vraag ik me af hoe je het in godsnaam in je hoofd haalt om Sharon te linken aan De Wever. Mijn favoriete persoon zal hij wellicht nooit worden maar om de man dan maar meteen op dezelfde lijn te plaatsen van massamoordenaars, daarvoor moet je ofwel intellectueel niet in staat zijn om gepaste vergelijkingen te maken ofwel rekenen op de goedkeuring van de Vlaamse massa door het Israëlisch-Palestijns geschil gelijk te stellen aan de minieme verschillen tussen Vlamingen en Walen. En dan kom je automatisch bij een volgend punt. Het is tegenwoordig heel moeilijk om een discussie te voeren zonder er de NV-A of hun voorzitter er bij te sleuren. Ook al hebben ze er in de verste verte niets mee te maken. Je ziet het overal, in televisiestudio’s, op nieuwjaarsrecepties van allerhande politieke partijen. Hoeveel ze ook beweren niet te willen praten over anderen, steeds komen ze terecht bij de vlaams-nationalisten. Dat kan wijzen op een grote angst maar tevens op een onkunde die gemakkelijk omzeild wordt omdat ze het dan niet over zichzelf hoeven te hebben. Iets waar de NV-A zich ook schuldig aan maakt ten opzichte van de PS maar ik dwaal af en dreig in dezelfde val te lopen als wat ik anderen verwijt.

Enfin, Doornaert werd gewezen op haar slipper, ontkende nog even dat ze zeker geen vergelijking wou maken maar gooide het tenslotte over een andere boeg. Ze wees Jahjah erop dat Libanezen ook achter veel moorden zitten in de regio. Akkoord, in die hele Gaza-strook gaat niemand echt vrijuit maar Jahjah counterde gevat dat hij tegen elke vorm van oorlogsmisdaden is, ook de Arabische dus. En dat kreeg Doornaert maar niet over haar lippen. Op de vraag of ze Sharon een oorlogsmisdadiger vond bleef ze halsstarrig rond de pot draaien. 30 000 slachtoffers leken haar een peulschil ter vergelijking met notoire voorgangers als Pot, Stalin, Milosevic en Hitler. Opnieuw een serieuze uitschuiver dus. Als we voortaan oorlogsmisdaden gaan catalogeren aan de hand van het precieze aantal slachtoffers dan gaan er in de toekomst nog veel vrijuit gaan.

Opnieuw haalde Jahjah dus de overhand in een debat die er eigenlijk nooit één was door de kwade wil van een koppige gesprekspartner. Het laatste wat ze wauwelde was: “Dat mag je niet zeggen, dat is vals, dat is vals spelen”. Zelden gehoord in een volwassen discussie maar het typeert de ondertussen rood aangelopen Doornaert. Als ze geen gelijk krijgt dan gaat ze mokken als een klein kind die haar zin niet krijgt. Ik stelde me voor hoe ze na de uitzending stampvoetend uit de studio stoof, verongelijkt door zoveel onrecht dat haar werd aangedaan. Jahjah daarentegen maakte een goeie indruk. Vurig temperament zal de man altijd wel hebben maar de schofferende rebel van een tiental jaar geleden heeft plaats gemaakt voor een vlot redenerende discussiegast. Het vuur is niet gedoofd maar het zal niet meer overslaan op aanpalende woningen wat vroeger al eens het geval dreigde te worden.

Bedenkingen en ergernissen van een agry young man